17. U beëindigt de arbeidsovereenkomstAls werkgever heeft u, met uitzondering van onderstaande gevallen, altijd een ontslagvergunning of een uitspraak van de rechter nodig om een arbeidsovereenkomst te kunnen beëindigen. Geen vergunning of rechterlijke uitspraak is nodig bij:
• ontslag tijdens de proeftijd; • beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden; • het aflopen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die niet is verlengd; • ontslag op staande voet. De werknemer kan hiertegen overigens wel bij de kantonrechter bezwaar maken wegens gewichtige redenen; • als de curator opzegt in geval van faillissement van de werkgever. Als u zonder vergunning of rechterlijke uitspraak de arbeidsovereenkomst met de werknemer opzegt, kan de werknemer binnen zes maanden na de opzegging de rechter vragen het ontslag nietig te verklaren. In die situatie blijft de arbeidsovereenkomst van kracht en kan via de rechter loon worden gevorderd. De werknemer moet zich wel beschikbaar houden voor het verrichten van de overeengekomen arbeid. 17.1. Opzegverboden17.2. Opzegging of ontbinding? |